Pachistopelma rufonigrum

Pachistopelma rufonigrum

Pachistopelma rufonigrum Pocock, 1901 is een door haar kleurenpalet en patronen erg mooie vogelspin uit Noordoost Brazilië, dewelke in kustgebieden uitgestrekt voorkomt van Rio Grande do Norte tot Alagoas. De spin leeft uitsluitend in bromeliads, hetwelk een hoge afhankelijkheid van de plant doet vermoeden (Santos et al. 2004). Nog opvallender is het feit dat Pachistopelma rufonigrum in de Atlantische regenwouden bromeliads op rotsen bewoont die met de gevolgen van een brandende zon te maken krijgen. Er werd een grotere hoeveelheid Pachistopelma rufonigrum aangetroffen in gebieden waar de bromeliads waren aangepast om te overleven in een drogere omgeving (Santos et al. 2004). Met een aangepast kopborststuk en abdomen is de spin evolutionair aangepast aan het leven in bromeliads. Prachtig aan de spin is het feit dat ze een uitzonderlijk kleurenpatroon laat opmerken. Door de jaren heen laat ze verschillende kleuren zien, met een abdominaal patroon dat bij volwassenheid volledig vervaagt. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes verschillen van andere Aviculariinae, met uitzondering van Ephebopus, Tapinauchenius en Psalmopoeus, in de positie van de eerste rij ogen. Verschillend met deze genera, beschikt Pachistopelma rufonigrum over brandharen type II, zij het dat deze verdwijnen eens de dames volwassen zijn. Sinds de revisie door Bertani in 2012 worden Avicularia pulchra Mello-Leitão, 1933c en Avicularia recifiensis Struchen & Brändle, 1996 als junior-synoniemen aanvaard.


I. SPECIFIEKE INFORMATIE

Wetenschappelijke naam: Pachistopelma rufonigrum.

Subfamilie: Aviculariinae.

SynoniemenAvicularia pulchra Mello-Leitão, 1933c, Avicularia recifiensis Struchen & Brändle, 1996.

Ook bekend als: /

Gedateerde namen: Pachistopelma rufonigrum Pocock, 1901, Dolichothele scintillans de Mello-Leitão, 1929c, Avicularia pulchra Mello-Leitão, 1933c, Avicularia recifiensis Struchen & Brändle, 1996, Pachistopelma rufonigrum Peters, 2003, Avicularia recifiensis Schmidt, 2003I, Pachistopelma rufonigrum Peters, 2005a, Pachistopelma rufonigrum Bertani, 2012, Pachistopelma rufonigrum Cavallo & Ferretti, 2015.

World spider catalog

Type: Pachistopelma rufonigrum  woont uitsluitend in bromeliads. Dit zou je kunnen bezien als een “boombewonende” levensstijl. 

Categorie: New world tarantula.

Brandharen: Ja (abdomen). Type II bij onvolwassen dieren en mannen.

Gif: Wellicht zwak. Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat dit bevestigt.

HerkomstBrazilië, Rio Grande do Norte (Baia Formosa, Natal), Paraíba (Alhandra, Igarassú, Mamanguape), Pernambuco (Agrestina, Serra da Quitéria, Rio Formoso), Alagoas (Murici, Jitituba, Fazenda Santa Fé, Fazenda Santa Justina), vnl. in kustgebieden en opmerkelijke gebieden zoals restinga, caatinga en Atlantische regenwouden. 

Lichaamslengte: ≤ 4-5cm.

Spanwijdte: ≤ 12-15cm wellicht. Daar de dieren pas in de hobby zijn (2017), blijft dit een gok. De dieren in de officiële beschrijvingen waren -wellicht- kleiner. Spanwijdte werd niet vermeld. 

Groeisnelheid: Fast.

Levensverwachting: Geen betrouwbare bron beschikbaar. Wellicht tussen 12-15 jaar. 

Gedrag: De spin zal de vlucthweg opteren. Aanhoudende provocatie kan leiden tot het inzetten van brandharen. Dit is echter heel uitzonderlijk. De spin bewoont uitsluitend tank bromeliads. Hoezeer volwassen dieren doorgaans een plant voor zich hebben, werden ook planten aangetroffen waar 2 Pachistopelma rufonigrum te zien waren. In alle gevallen was 1 van deze spinnen onvolwassen. De spin bouwt een trechterweb tussen de bladeren van de plant, waar ze zich vrijwel heel de dag lang schuil houdt. Bij verstoring durft de spin zich in het opgevangen water van de bromeliad laten vallen, waar ze minutenlang kan vertoeven tot het gevaar geweken is. 

Seksueel dimorfisme: Ja. Vrouwtjes zijn zwaarder dan mannetjes en donkerder van kleur. Onvolwassen en volwassen mannetjes hebben type II brandharen op het abdomen, hetwelk verdwijnt bij volwassen vrouwtjes. Onvolwassen en volwassen vrouwtjes hebben een wel erg laag kopborststuk. 

Toegankelijkheid (1/beginner, 10/expert): 4.


II. INFORMATIE VOOR HOUDERS

>>> Eerste hulp

Pachistopelma rufonigrum werd vooral bestudeerd in Estação Ecológica Serra de Itabaiana (Sergipe). De vegetatie is er een samenstelling van vele struiken, cactussen, bromeliads en wit zand. De spin werd er uitsluitend aangetroffen in tank bromeliads van het genus Aechmea en Hohenbergia. Beide planten vangen regenwater op en bewaren dit in hun centrale tanken, hetwelk in contrast staat met de eerder droge omgeving doorheen het jaar. Dit thermoregulerend mechanisme voorziet een microklimaat dat verschillend is aan de externe omgeving. De luchtvochtigheid in de plant is significant hoger en na een frisser moment in de ochtend worden de temperaturen in de plant voor langere tijd behouden.  

Omgevingsfactoren

Temperatuur: 23-27°C (dag), 21-23°C (nacht).

Luchtvochtigheid: 75-85%.

* Aanbevolen luchtvochtigheid voor Pachistopelma rufonigrum verschilt van de externe luchtvochtigheid. Daar de plant regenwater opvangt en bewaart, is de leefomgeving van de spin vochtiger dan wat klimaatdata aangeven.

Terrarium

Volwassen: LxBxH: 20x20x30. 2-3x spanwijdte in hoogte.

Kleiner dan volwassen: 2-3x spanwijdte in hoogte.

* Voorzie een (bij voorkeur echte) bromeliad in uw terrarium. Indien je dit niet doet, voorzie dan op zijn minst grote bladeren in een boombewonende set-up, waartussen de spin haar web zou kunnen bouwen. Besproei de bladeren dagelijks.  

Substraat

Volwassen: 0,75-1x spanwijdte.

Kleiner dan volwassen: 1x spanwijdte

* Houd het substraat licht vochtig. 

* Pachistopelma rufonigrum zal niet altijd de aangeboden bromeliad bewonen. De spin heeft zich in gevangenschap al meermaals ingegraven. Voorzie om deze reden voldoende substraat.

* Let erop dat terraria met een hoge vochtigheidsgraad gevoelig zijn voor mijten en andere parasieten. Neem uw voorzorgen.

Klimaat

Vochtig seizoen: April, mei, juni, juli, augustus.

Droog seizoen: September, oktober, november, december, januari, februari, maart. Vnl. november, december en januari zijn erg droog. 

Warmste maanden: Januari, februari, maart, december (22-29°C).

Droogste maanden: Juli, augustus (18-25°C).

Voor meer informatie over het plaatselijke klimaat: Klik hier.

* Je kunt gerust overgaan tot een verdeling die beter samengaat met het klimaat in uw streek. Ga echter niet onder minima of over maxima en verdeel het jaar in die mate dat de spin langere of kortere seizoenen ervaart, zoals hierboven weergegeven. Dit is extra belangrijk als u zichzelf op de kweek wenst toe te werpen.


Verspreiding van Pachistopelma spp. 

Ruit: Pachistopelma rufonigrum Pocock, 1901

Ster: Pachistopelma bromelicola Bertani, 2012

Klik hier op de foto om naar de bron te gaan (2012). 

Pachistopelma distribution 2012


III. INFORMATIE VOOR KWEKERS

Kweken met Pachistopelma rufonigrum is doorgaans niet zo moeilijk. Contrasterend met andere Aviculariinae tolereert de vrouw erg lang de mannelijke aanwezigheid. 

• Ga pas een 4-6 tal weken (of later) nadat de spin verveld is kweken. Indien de verpaarde spin vervelt tussen paring en cocon zal uw cocon niet bevrucht zijn.

• Doorvoed de vrouw alvorens tot de paring over te gaan. Ga ze echter niet vetmesten.

• 2 maanden na de paring zal de vrouw zich terugtrekken. In gevangenschap gebeurt dat vaak in een hol achterin het terrarium, ver buiten het zicht.

• 2-3 maanden na de paring zal de vrouw overgaan tot het maken van de cocon. Ontneem de cocon, indien gewenst, 4 weken later. Bewaar de eieren bij een luchtvochtigheid van 80-90% en een temperatuur van 24-27°C. De cocon telt wellicht 50-60 eieren.

• Je zou kunnen overwegen de eieren bij de moeder te laten uitkomen. 


Volwassen man

Tibiaalhaken: Ja.

Foto: Klik hier


IV. WIST U DAT…

Pachistopelma rufonigrum uitsluitend in bromeliads woont?

• Pachistopelma rufonigrum voornamelijk in kustgebied voorkomt?

• Het kopborststuk van vrouwtjes en onvolwassen dieren erg laag is, vergeleken met dat van volwassen mannetjes? Er wordt verondersteld dat de lage oogheuvel en het plattere abdomen een evolutionaire aanpassing zijn aan het leven in tank bromeliads. 

• Er wordt verondersteld dat bromeliads Pachistopelma spp. beschermen tegen roofdieren en uitdroging?

• De microhabitat in de bromeliad vaak erg kan verschillen aan externe factoren?

• Spiderlingen van Pachistopelma rufonigrum opmerkelijk groot zijn?

Pachistopelma rufonigrum erg vaak van kleur verandert doorheen de verschillende levensfasen? Het patroon op het abdomen verdwijnt bij volwassenheid. 

Pachistopelma rufonigrum gemakkelijk kan worden onderscheiden van Pachistopelma bromelicolia door de dunne metatarsi IV (zonder stijve haren) en haar gekleurde poten met zwarte tarsi


V. LITERATUUR

• Revision, cladistic analysis and biogeography ofTyphochlaena C. L. Koch, 1850, Pachistopelma Pocock, 1901 and Iridopelma Pocock, 1901 (Araneae, Theraphosidae, Aviculariinae).

• Notes on the behavior of Pachistopelma rufonigrum Pocock (Aranea, Theraphosidae, Aviculariinae).

• Pachistopelma rufonigrum on Wiki-species.

Harvard University: Library of the Museum of Comparative Zoology.

Color pattern changes in Pachistopelma rufonigrum Pocock, 1901 (Araneae, Theraphosidae).

Microhabitat selection and co-occurance of Pachistopelma rufonigrum Pocock, 1901 (Araneae, Theraphosidae) and Nothroctenus fuxico (Araneae, Ctenidae) in tank bromeliads from Serra de Itabaiana, Sergipe, Brazil.

• Notes on the first American breeding of Pachistopelma rufonigrum with an overview of the genus. Journal of the British Tarantula Society, 30(2): 15-25.


VI. COPYRIGHT

• Tekst: Dennis Van Vlierberghe (facebookgroep en –pagina)

• Fotografie: Yvonne Kindl (flickr)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *