Pterinochilus lugardi

Pterinochilus lugardi

Pterinochilus lugardi Pocock, 1900, ook wel de “Grey starburst baboon”, “Dodoma baboon”, Fort hall baboon” of “Tanzanian blonde baboon” genoemd, is een door haar kleurenpatroon en gedrag erg opvallende vogelspin uit Oost- en Zuid-Afrika. Pterinochilus behoort tot de subfamilie van de Harpactirinae. In het algemeen worden vogelspinnen uit Afrika standaardelijk tot baviaanspinnen gedoopt, zij het dat de Harpactirinae als enige Afrikaanse subfamilie de ware baviaanspinnen omvat. In 1916 ontdekte Van Dam een nieuwe soort in Zuid-Afrika, in 1919 door Hewitt beschreven als Idiothele pluridentatum. Met de herziening van het Pterinochilus– en het Eucratoscelus-genus in 2002 werd Idiothele pluridentatum door Gallon als dezelfde spin als Pterinochilus lugardi beschouwd (bron). Bijzonder aan de eerdere beschrijving in 1916 door Van Dam was het feit dat Idiothele pluridentatum haar hol afschermde met een valdeurtje (bron). Indien u “Pterinochilus pluridentatus” of “Eucratoscelus tenuitibialis” hoort vallen, heeft men het weldegelijk over Pterinochilus lugardi. De spin is behoorlijk snel en beschikt wellicht over een sterk neurotoxisch gif, maar staat er vooral om gekend minder defensief te zijn dan Pterinochilus murinus. Om deze reden is Pterinochilus lugardi een uitstekende keuze indien u wenst kennis te maken met spinnen uit de Oude Wereld. Daar kweekprojecten erg vaak succesvol worden afgerond, is de spin in de hobby vrij gemakkelijk verkrijgbaar.


I. SPECIFIEKE INFORMATIE

Wetenschappelijke naam: Pterinochilus lugardi.

SynoniemPterinochilus pluridentatus.

Subfamilie: Harpactirinae.

Nederlandse naam: /

Ook bekend als: Dodoma baboon. Grey starburst baboon. Fort Hall baboon. Tanzanian blonde baboon. Morogoro baboon.

Gedateerde namen: Idiothele pluridentatum Hewitt, 1919, Harpactirella flavipilosa Lawrence, 1939, Eucratoscelus tenuitibialis Schmidt&Gelling, 2000.

World spider catalog

Type: Gravende vogelspin.

Categorie: Old world tarantula.

Brandharen: Nee.

Gif: Wellicht sterk. Afhankelijk van de locatie van de beet en de hoeveelheid gif dat werd toegediend, kan dit een zeer pijnlijke ervaring zijn. Op heden is er echter nog geen wetenschappelijk onderzoek dat dit bevestigt.

HerkomstBotswana (Kwebe hills, nabij het Ngamimeer (bron)), NamibiëTanzania, Zambia, ZimbabweZuid-Afrika (Table Mountain National park) (Oost- en Zuid-Afrika).

Lichaamslengte: ≤ 4-5cm. Mannetjes worden niet groter dan 3,5cm.

Spanwijdte: ≤ 11-14cm.

Groeisnelheid: Snel.

Levensverwachting: Vrouwtjes leven tot 12 jaar. Mannetjes sterven rond de 3 à 4 jaar.

Gedrag: De spin zal, bij gebrek aan een vluchtweg, een dreigende houding aannemen en desgevallend bijten. Desalniettemin wordt ze vaker bestempeld als “rustiger dan Pterinochilus murinus“. Ze graaft enorm graag, maar is in het donker relatief vaak buiten haar ondergrondse tempel te bewonderen. Pterinochilus lugardi staat er vooral om bekend als enige uit het genus valdeurtjes te webben.

Toegankelijkheid (1/beginner, 10/expert): 6.


II. INFORMATIE VOOR HOUDERS

>>> Eerste hulp

In het Zuiden kunnen de temperaturen eerder fris zijn, rond 18°C, met een warmteseizoen tussen 26°C en 28°C. In de Zambezi-vallei daarentegen klimmen de temperaturen eerder tot 32°C en 35°C. De spinnen zullen zich echter beschutten tegen zowel koude als warmte door zich te verstoppen onder een mooi gecamoufleerd valdeurtje. De waargenomen temperatuur voor de spin in haar schuilplaats is anders dan de omgevingstemperatuur. Gaat u het terrarium dus niet overdreven verhitten. Langdurige droogtes kunnen zich afwisselen met hevige regenval, hetwelk relatief snel weer opdroogt.

Omgevingsfactoren

Temperatuur: 24°C-28°C (dag), 20°C-24°C (nacht).

Luchtvochtigheid: 40-60%. De vochtigheid mag toenemen tot 70-80% van oktober tot en met december.

Terrarium

Volwassen: LxBxH: 30x25x35. Min. 3-4x spanwijdte in hoogte en 1,5-2x spanwijdte in oppervlakte.

Kleiner dan volwassen: Min. 3x spanwijdte in hoogte en 1,5-2x spanwijdte in oppervlakte.

* Voorzie voldoende natuurlijke schuilplaatsen voor de spin. In haar natuurlijke habitat is ze erg vaak onder gesteente terug te vinden.

Substraat

Volwassen: Min. 1x spanwijdte.

Kleiner dan volwassen: Min. 0,75/1x spanwijdte.

* Maak het substraat niet te vochtig, maar eerder droog. Een té vochtig klimaat kan voor de spin desastreuze gevolgen hebben.

Klimaat 

Gezien het feit dat Pterinochilus lugardi  erg verspreid over Oost- en Zuid-Afrika voorkomt, zou het uitkiezen van 1 locatie een vertekend beeld kunnen geven. Houdt u vooral rekening met de omgevingsfactoren zoals hierboven omschreven. Neem absoluut een kijkje naar deze documentaire over Pterinochilus lugardi, hetwelk u een mooie impressie geeft van haar leefgebied.


III. INFORMATIE VOOR KWEKERS

Hoezeer haar houding naar de buitenwereld toe anders laat vermoeden, verlopen de paringen met het Pterinochilus-genus opmerkelijk rustig. Verwijder de man best uit het terrarium na 1 succesvolle paring en probeer het nadien eventueel nog eens.

• Ga pas een 4-6 tal weken (of later) nadat de spin verveld is kweken. Indien de verpaarde spin vervelt tussen paring en cocon zal uw cocon niet bevrucht zijn.

• Doorvoed de vrouw alvorens tot de paring over te gaan. Ga ze echter niet vetmesten.

• Ongeveer 1,5 tot 2 maanden na de paring zal de vrouw op de bodem van haar schuilplaats een eicocon maken. Ontneem de cocon een 4-tal weken nadat u de cocon ontdekt heeft. Plaats de eieren in de incubator bij een temperatuur tussen 24°C en 28°C en een luchtvochtigheid van ongeveer 70%. Aantallen kunnen variëren van 130-170 spiderlingen. In sommige gevallen mag u een twee- tot drietal maanden na de eerste cocon nog een cocon verwachten. Het aantal spiderlingen zal desgevallend minder zijn.


IV. WIST U DAT…

Pterinochilus lugardi als enige van het genus valdeurtjes maakt?

Pterinochilus lugardi een uitstekende keuze is voor wie wenst kennis te maken met vogelspinnen uit de Oude Wereld?

• Spiderlingen van Pterinochilus lugardi vergeleken met Pterinochilus murinus en Pterinochilus chordatus erg klein zijn?

• Aangeboden Pterinochilus vorax in werkelijkheid vaak Pterinochilus murinus of Pterinochilus lugardi is?


V. LITERATUUR

Revision of the African genera Pterinochilus and Eucratoscelus (Araneae, Theraphosidae, Harpactirinae) with description of two new genera.


VI. COPYRIGHT

• Tekst: Dennis Van Vlierberghe (facebookgroep en –pagina)

• Fotografie: Julian Kamzol (website, flickr)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *