Vervelling

Tracht het uzelf even voor te stellen: “U voelt de druk op uw huid van binnenuit toenemen. Uw eetlust vermindert aanzienlijk, maar u heeft vocht nodig. U bent dermate prikkelbaar dat elke verandering in uw omgeving het stressniveau tot ongeziene hoogtes laat klimmen. U vindt de energie niet om te bewegen. Geborgen in een veilige omgeving wacht u op dat ene moment, het juiste moment, om dan plots enkel met dat ene levensbelangrijke proces bezig te zijn. U ervaart de buitenwereld, al wordt u zelf vaker dood dan levend ingeschat. U doet er alles aan om uw huid aan het scheuren te brengen. U maakt kleine bewegingen, niet te overhaast, maar ook niet te traag, in uw poging om de oude huid van het lichaam af te schudden. Enige tijd later ligt u daar, een beetje aangedaan door wat er u net is overkomen. Met uw oude jasje naast u, tracht u zo snel mogelijk weer de vertrouwde positie aan te nemen, dreigend naar de buitenwereld, maar kwetsbaar als (n)ooit tevoren…”

Brachypelma boehmei molt

U heeft het echter getroffen. U heeft botten, spieren en een soepele huid die het mogelijk maken geleidelijk aan te groeien zonder dat u er al te veel van merkt. Mijn schatten van vogelspinnen hebben minder geluk. Hun huid is doorgaans over het hele lichaam vrij hard, wat maakt dat ze nood hebben aan soepelere fasen in het leven om te groeien. Hiervoor moet de spin vervellen en het proces meermaals in het leven doorgaan. Hoezeer jonge spinnetjes 1 keer in 2 à 3 maanden kunnen vervellen, zal dit bij grotere dieren veel langer op zich laten wachten. De spin wordt zich gewaar van een opkomende vervelling en gaat zich in haar vertrouwde hoekje terugtrekken. Na zichzelf vaak (maar niet altijd) zoveel mogelijk van de buitenwereld te hebben afgeschermd, komt ze tot rust, terwijl er op fysiologisch niveau enkele voorbereidingen worden getroffen. Zo wordt er met behulp van lichaamsvocht en enzymen tijdens deze fase, de apolysis, de oude van de nieuwe huid losgemaakt. Elke prooi die wordt aangeboden, zal worden geweigerd. Net voordat er tot de vervelling, de ecdysis, wordt overgegaan, zullen bodembewonende spinnen erg vaak een matje rag klaarleggen waar ze zich naar wens op positioneren om te vervellen. Spinnen uit de nieuwe wereld zullen delen van dit matje bedekken met brandharen. Vaak vindt de vervelling op de rug plaats, maar dat hoeft niet zo te zijn. Zo zullen boomspinnen vervellen in hun wooncocon, terwijl ze zich aan de zijkant van de cocon vasthouden. Van zodra de positie werd aangenomen, ontstaat er een scheur in het kopborststuk, die zich almaar verder verspreidt langs de zijkanten ervan. De spin moet weldegelijk haar kaken gebruiken om deze scheur tot aan het einde van het achterlijf te laten komen. Daaropvolgend zal de spin haar poten uit het oude jasje trekken, waarna ze het laatste stukje van het achterlijf stoot. Volledig verveld zal de spin haar vertrouwde positie weer aannemen, om een dreiging te kunnen vormen, zij het dat elke spin in de eerste periode na de vervelling zeer kwetsbaar blijft. De nieuwe huid moet nog verharden en de tanden zijn erg zwak (wit van kleur). Naarmate de spin ouder wordt vraagt de vervelling meer tijd. Kleintjes kunnen vervellen in een klein half uurtje, terwijl dit bij de grotere dieren tot wel een volledige dag kan duren.

Belangrijk voor de hobbyist 

• Laat de vochtigheidsgraad toenemen naarmate de vervelling nadert, maar blijf in de buurt van de natuurlijke omgevingsfactoren. Voorzie, zonder uitzondering, een waterbakje.

• De voorbereidingsfase (pre-molt) kan soms maandenlang duren. De spin kan veranderen in haar normale gedrag, zichzelf maandenlang verscholen houden en/of prooien langdurig weigeren. Gaat u desgevallend niet panikeren.

• Stoor de spin op geen enkele manier. Geef geen prooidieren meer. Door te snel te willen zijn kan de spin slecht vervellen, een poot verliezen of zelfs stikken in de vervelling. Verloren poten groeien terug, zij het dat dit vaak meerdere vervellingen nodig heeft om volledig te herstellen.

• Wacht na de vervelling minstens 1 week met het voederen van de dieren. Bij grotere dieren wacht je best een tweetal weken.

• Indien een vrouwtje vervelt tussen paring en cocon, zal de cocon onbevrucht zijn.

• Eens volwassen zullen de mannetjes niet meer vervellen. Ze sterven mogelijks in hun poging. Volwassen mannen kun je herkennen aan de bulbussen aan het uiteinde van de pedipalpen.

Dat er een vervelling op komst is, kun je als hobbyist vaak wel voorspellen. Zo zal de spin in pre-molt (periode voor de vervelling) prooien weigeren en zal ze zich afschermen van de buitenwereld. Het achterlijf van spinnen uit de nieuwe wereld (brandharen) wordt kaal en donkergrijs van kleur. Ook met behulp van een logboek, in combinatie met ervaring, kun je vervellingen min of meer voorspellen.

Weetje

Vrouwtjes bereiken vaak leeftijden van 15 tot zelfs 30 jaar. Ze vervellen hun leven lang door, ook na het bereiken van hun “maximale grootte”. Mannetjes daarentegen sterven eerder, daar ze na het bereiken van de volwassenheid niet meer zullen vervellen. Met dit in het achterhoofd kunt u ervan uitgaan dat de spiderlingen die sneller groeien dan de anderen (van hetzelfde legsel) wellicht de mannetjes zijn, maar weet dat de uitzondering de regel bevestigt… NB: Bij vogelspinnen zijn de mannetjes van hetzelfde nest wellicht reeds gestorven van zodra de vrouwtjes bereid zijn om tot paring over te gaan. Wel is geweten is dat de mannen van sommige erg kannibalistische spinnensoorten, waaronder bv de Argiope bruennichi (geen vogelspin), de voorkeur geven te paren met hun zus, omdat ze de paartijd met een derde kunnen reduceren en zo meer overlevingskansen hebben. Aan de andere kant is er nog erg weinig geweten over incestmatige kweek. Sommigen beweren dat de genen erop zouden achteruit gaan en dat kweeksuccessen op langere termijn minder resultaten zullen opleveren (klik hier). Deze stelling wordt echter niet door iedereen gevolgd. Vele hobbyisten geloven rotsvast dat inteelt geen effect heeft op de toekomst van de dieren. Duidelijk is echter dat ik, en vele hobbyisten, hier specifiek voor de vogelspin graag een wetenschappelijk gefundeerd antwoord op zouden krijgen. Iemand met een “beetje” tijd, geld en kennis?

COPYRIGHT

• Tekst: Dennis Van Vlierberghe (facebookgroep en –pagina)

• Fotografie: Julian Kamzol (website, flickr, facebookpagina)